Deze bladzijde weergeven in het :   Frans   Nederlands   Duits
 
  ZOEKEN

Zoeken van A tot Z
 
Startpagina > Beroepssectoren > Dierlijke productie > Dierlijke producten > Vlees > VKI > Pluimveesector
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie / Dierengezondheid Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Schoolkeukens Meldingsplicht Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Voorlichtings- en begeleidingscel Ombudsdienst Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 

Informatie over de voedselketen (VKI) : Pluimveesector


  Voor elk pluimvee of elk lot pluimvee dat naar het slachthuis wordt gestuurd, dient elke pluimveehouder de zogenaamde informatie over de voedselketen (korter: voedselketeninformatie of VKI) aan de slachthuisexploitant te bezorgen. De nodige gegevens dient de pluimveehouder bij te houden in zijn bedrijfsregisters.

  Wanneer dient de voedselketeninformatie aan het slachthuis te worden bezorgd ?
     
  Onder welke vorm dient de informatie te worden bezorgd ?
     
  Overzicht van de informatie die door de veehouder minimaal aan het slachthuis moet worden bezorgd
     
  Omzendbrieven van het FAVV betreffende de VKI in de pluimvee sector
     
  VKI en intracommunautair handelsverkeer
     
  Uitvoer van pluimveevlees naar Derde landen
     

Naar boven


Wanneer dient de voedselketeninformatie aan het slachthuis te worden bezorgd ?

  In principe 24 uur op voorhand.


Naar boven


Onder welke vorm dient de informatie te worden bezorgd ?

 

De informatie mag op papier of onder elektronische vorm worden overgemaakt.

Bij gegevensoverdracht op papier dient als volgt te worden gehandeld: het modelformulier is verplicht. Men kan het afdrukken vanaf onderstaande link en het gebruiken als papieren document. Het wordt ingevuld (eerst invullen voor het afdrukken), ondertekend (maximum 7 dagen geldig) en 24 uur op voorhand bezorgd aan het slachthuis.

Bij elektronische gegevensoverdracht kan eveneens het type-formulier worden gebruikt. Na invulling op het scherm kan het worden verzonden naar het slachthuis. In dat geval is ondertekening niet vereist. Niettemin kan ook een andere elektronische vormgeving worden gebruikt (bv.: een type-formulier gevraagd door het slachthuis) voor zover dit formulier alle gegevens bevat die zijn voorzien in onderstaand type-formulier.

Er bestaat een modelformulier voor braadkippen en een algemeen modelformulier voor ander pluimvee. Deze formulieren zijn opgenomen in een ministerieel besluit. Om de handel te bevorderen kunnen eveneens de herziene versies van deze modelformulieren gebruikt worden die sinds 1 september 2020 online staan. Deze nieuwe versies zijn terug te vinden in de bijlage van de omzendbrief betreffende de informatie over de voedselketen voor pluimvee (PCCB/S3/570888).

Bovendien, en op voorwaarde dat het “VKI-document braadkippen” van Belplume alle informatie bevat van het VKI bepaald bij ministerieel besluit, zal het door het FAVV ook aanvaard worden als VKI-formulier.



Naar boven


Overzicht van de informatie die door de veehouder minimaal aan het slachthuis moet worden bezorgd
(Bij twijfel: raadpleeg uw bedrijfsdierenarts.)


 
1. Informatie betreffende de toegediende geneesmiddelen of andere behandelingen.

Voor alle geneesmiddelen en alle voederadditieven met een verplichte wachttijd (met name de gemedicineerde diervoeders) vermelding van :
      - de namen ;
      - de data of periodes van toediening ;
      - de duur van de wachttijden (uitgedrukt in dagen).


Over welke periode dient deze informatie te handelen ?


Deze informatie heeft betrekking op de volgende periode :

  • de 6 laatste weken voor de slachting.
   
   
2. Informatie over de aanwezigheid van ziekten die de veiligheid van het vlees in het gedrang kunnen brengen.

  • Wat dient gemeld te worden ?
    1. De ziektetekens en aandoeningen die werden vastgesteld bij de dieren die ter slachting aangeboden worden. Bijvoorbeeld :
      • algemene ziektetekenen
      • ademhalingsstoornissen : …
      • bewegingsstoornissen
      • huidletsels : abcessen, wonden, haaruitval, gezwellen, …
      • spijsverteringsstoornissen : diarree, …
      • productieverlies
      • sterfte op  het bedrijf
    2. Indien gekend: vermelding van diagnoses en/of ziekteverwekkers (bv. gekend op basis van de analyses uitgevoerd in het kader van een zoönotische monitoring).



  • Moet elk ziekte- en sterfgeval gemeld worden ?

    Voor wat betreft de ziektetekenen en sterfgevallen dient het advies ingewonnen te worden van de dierenarts die belast is met de epidemiologische bewaking. Deze kan in het raam van deze bewaking en omwille van zijn kennis over de historiek van het bedrijf, een richtinggevend advies uitbrengen over de noodzaak om al of niet melding te maken van de ziekte/sterfgevallen.
  • Over welke periode dient deze informatie te handelen ?

    De periode van de 6 laatste weken voor de slachting.
   
   
3. De resultaten van laboratoriumonderzoeken die relevant zijn voor de bescherming van de volksgezondheid.

    Het betreft de conclusies van laboratoriumonderzoeken naar ziekteverwekkers, chemische stoffen en contaminanten (bv. dioxine).

    Welke ziekteverwekkers zijn relevant ?
    - Salmonella zoönotisch pathogene stammen , inzonderheid enteritidis en typhimurium

    - E Coli

    - Pasteurella multocida

    - Clostridium prfringens

    - Mycoplasma sp

    - Staphylococcus aureus

    Opgelet: in het kader van de melding van voedselketeninformatie aan het slachthuis, is het niet verplicht al de hierboven vermelde ziekteverwekkers te laten opsporen. In geval laboratoriumonderzoeken werden uitgevoerd, dienen de conclusies van deze laboratoriumonderzoeken (diagnose) te worden meegedeeld.
   
   
4. De productiegegevens, wanneer die ziekten aan het licht kunnen brengen.

Het totale sterftepercentage wanneer dit het normale sterftepercentage overschrijdt.
   
   
5. De gegevens van de dierenarts die normaal het bedrijf van herkomst diensten verleent.

De contactgevens van de dierenarts belast met de epidemiologische bewaking.
   
   
6. Bijkomende gegevens.

  • de contactgegevens van de veehouderij :
    • verplichte :
      • naam en telefoonnummer van de verantwoordelijke ;
      • adres van het beslag ;
      • beslagnummer.
    • facultatief : e-mail en/of faxnummer van de verantwoordelijke
  • het aantal dieren dat naar het slachthuis wordt verzonden
  • de geplande datum waarop de dieren naar het slachthuis zullen worden gestuurd
  • bezettingsdichtheid groter dan 33kg/m2 (braadkippen)
  • Belplume : ofwel het eigenlijke certificaat ”belplume” ofwel het equivalente document “IKB Kip” voor pluimvee uit Nederland


Naar boven


Omzendbrieven van het FAVV betreffende de VKI in de pluimvee sector

 
  • Omzendbrief betreffende de informatie over de voedselketen voor pluimvee (PCCB/S3/570888)
  • Omzendbrief met betrekking tot de verplichting voor de slachthuizen om de elektronische voedselketeninformatie (eVKI) te registreren via Beltrace (PCCB/S6/641883)


Naar boven


VKI en intracommunautair handelsverkeer

 

Voor het verzenden van pluimvee naar een in een andere lidstaat gelegen slachthuis, kunnen a priori de formulieren van het land van verzending of van bestemming gebruikt worden, op voorwaarde dat deze de minimaal te verstrekken informatie zoals vastgelegd in verordening (EG) nr. 853/2004 bevat. De Belgische formulieren die op deze site staan, bevatten uiteraard de minimale gegevens die vastgelegd zijn in de verordening. Om mogelijke problemen bij aankomst van de dieren in het slachthuis te vermijden indien u slachtpluimvee naar een buurland stuurt, zorg er dan voor dat de bevoegde autoriteit van die EU-lidstaat het gebruik van een Belgisch VKI-model aanvaardt.


Naar boven



Uitvoer van pluimveevlees naar Derde landen

 

Informatie is terug te vinden in de omzendbrief betreffende de informatie over de voedselketen voor pluimvee (PCCB/S3/570888).



Onze missie is ervoor zorgen dat alle actoren van de keten aan de consument en aan elkaar een optimale zekerheid geven dat levensmiddelen, dieren, planten en producten die ze consumeren, houden of gebruiken, betrouwbaar, veilig en beschermd zijn, nu en in de toekomst.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 29.03.2021   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet