Deze bladzijde weergeven in het: Frans Nederlands
  ZOEKEN

Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
Zoeken van A tot Z
Professionelen > Plantaardige productie > Wetgeving > Verordening (EU) 2016/2031
Plantengezondheidsverordening (EU) 2016/2031



Inleiding
Wettelijke bepalingen
Fytosanitaire invoercontroles
Gebruik van plantenpaspoorten
Traceerbaarheid
Jaarlijkse aangifte van geslachten/soorten en percelen






Inleiding

 

De insleep van uitheemse plaagorganismen (=quarantaineorganismen) voor planten voorkomen is essentieel om een duurzame land-, tuin- en bosbouw mogelijk te maken, de voedselvoorziening veilig te stellen en onze leefomgeving te beschermen. Met de mondialisering van de handel is de kans op insleep van dergelijke organismen sterk toegenomen. Door de klimaatverandering kunnen ze in onze streken overleven, zich vestigen en grote economische en ecologische schade aanrichten.

Plantengezondheidsverordening (EU) 2016/2031 introduceert een proactieve aanpak om de insleep van uitheemse plaagorganismen in de EU te voorkomen. Door in te zetten op preventieve maatregelen, grondig toezicht op het grondgebied en zich voor te bereiden op mogelijke uitbraken willen de lidstaten de opbrengstverliezen en de hoge kosten die gepaard gaan met bestrijdingsmaatregelen beperken.

   
 

De belangrijkste veranderingen in de wetgeving hebben betrekking op :

De plantengezondheidsverordening vormt de basis van het plantengezondheidsbeleid in de EU. De Europese Commissie is volop bezig om deze verordening verder aan te vullen met meer gedetailleerde bepalingen (onder andere de lijsten van plaagorganismen, bijzondere fytosanitaire eisen voor invoer en voor het intracommunautair verkeer van planten, plantaardige producten en andere materialen, …) zodat er transparante en uniforme regels inzake plantengezondheid van toepassing zijn in alle lidstaten van de EU.



Naar boven



Wettelijke bepalingen

 

Verordening (EU) 2016/2031 betreffende plantengezondheid
(Nummer NUMAC - 32016R2031 - voor de gecoördineerde wetgeving)

   
 

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2313 betreffende het model van plantenpaspoort
(Nummer NUMAC - 32017R2313 - voor de gecoördineerde wetgeving)

   
 

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2018 betreffende de procedure om een afwijking op het invoerverbod  voor hoog risico producten te bekomen
(Nummer NUMAC - 32018R2018 - voor de gecoördineerde wetgeving)

   
 

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 betreffende de lijst van hoog risico producten waarvoor een invoerverbod geldt en de lijst van producten waarvoor geen fytosanitair certificaat vereist is
(Nummer NUMAC - 32018R2019 - voor de gecoördineerde wetgeving)

   
 

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/66 betreffende de inspectiefrequenties voor planten en plantaardige producten
(Nummer NUMAC - 32019R0066 - voor de gecoördineerde wetgeving)



Naar boven



Fytosanitaire invoercontroles

 

Alle planten zullen bij invoer uit derde landen vergezeld moeten zijn van een fytosanitair certificaat afgeleverd door het land van oorsprong. De details hierover moeten nog vastgelegd worden door de Europese Commissie.

   
 

Invoerverbod voor hoog risico producten en afwijkingen

De invoer van een aantal hoog risico producten wordt, in afwachting van een risicobeoordeling, verboden. De lijst van planten waarvoor dit invoerverbod geldt, bevindt zich in bijlage I van uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019. De te volgen procedure om een afwijking op dit invoerverbod te bekomen is vastgelegd in uitvoeringsverordening (EU) 2018/2018.

   
 

Plantaardige producten waarvoor geen fytosanitair certificaat vereist is

Op basis van ervaring met de handel en van gegevens over de risico’s voor plaagorganismen kan besloten worden dat een fytosanitair certificaat niet vereist is voor de invoer van bepaalde plantaardige producten. De lijst van plantaardige producten die niet van een fytosanitair certificaat vergezeld moeten zijn bij invoer is opgenomen in bijlage II van uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019.

   
 

Aanmelding van zendingen

De aanmelding van en de afhandeling van fytosanitaire invoercontroles zal gebeuren via de EU-database IMSOC (momenteel TRACES-NT).

   
 

Informatie voor de reizigers

Voor reizigers zullen dezelfde regels gelden inzake de invoer van planten en plantaardige producten als voor commerciële zendingen. Concreet betekent dit dat enkel de producten opgenomen in bijlage II van uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019, met name volgende vruchten : ananas, kokosnoot, doerian, banaan en dadel, vrij mogen meegebracht worden in de bagage.



Naar boven


Gebruik van plantenpaspoorten

 
   
 

Paspoortplichtige planten en uitzonderingen

Planten, plantaardige producten en andere materialen die vanaf 14/12/2019 vergezeld moeten zijn van een plantenpaspoort als ze in de EU (dus ook binnen België) verhandeld worden :

  • alle voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden;
  • de planten plantaardige producten en andere materialen opgenomen in bijlage V, deel A, punt 1 van richtlijn 2000/29/EG, voor zover ze niet onder het vorige streepje vallen;
  • planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor bestrijdingsmaatregelen of noodmaatregelen zijn aangenomen;
  • zaden onderhevig aan eisen inzake RNQP (Regulated Non Quarantine Pests);
  • planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor bijzondere eisen gelden bij invoer uit derde landen (behalve indien er een ander specifiek etiket of een ander type verklaring vereist is).

De exacte lijst zal binnenkort door Europese Commissie gepubliceerd worden.

Er is geen plantenpaspoort vereist in volgende gevallen :

  • voor verkeer van planten, plantaardige producten en andere materialen in grensgebieden met derde landen, in transit, bestemd voor wetenschappelijke doeleinden of in reizigersbagage;
  • voor de rechtstreekse levering van planten, plantaardige producten en andere materialen aan niet professionele eindgebruikers, waaronder hobbytuiniers, behalve in geval van internethandel (e-commerce).

Let op : in geval van internethandel (e-commerce) is er wel een plantenpaspoort vereist voor de rechtstreekse levering van planten, plantaardige producten en andere materialen aan niet professionele eindgebruikers.

   
 

Modellen van plantenpaspoorten

De modellen van plantenpaspoorten zijn vastgesteld bij uitvoeringsverordening (EU) 2017/2313.

  • Deel A van de bijlage bij deze uitvoeringsverordening bevat voorbeelden van gewone plantenpaspoorten voor het intracommunautair verkeer.
  • Deel B van de bijlage bij deze uitvoeringsverordening bevat voorbeelden van plantenpaspoorten voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen een beschermd gebied.
  • Deel C van de bijlage bij deze uitvoeringsverordening bevat voorbeelden van plantenpaspoorten voor het intracommunautair verkeer, gecombineerd met een certificeringsetiket.
  • Deel D van de bijlage bij deze uitvoeringsverordening bevat voorbeelden van plantenpaspoorten voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen een beschermd gebied, gecombineerd met een certificeringsetiket.
De elementen van het plantenpaspoort moeten binnen een rechthoekige of vierkante vorm geplaatst worden en moeten met het blote oog leesbaar zijn. Ze worden omgeven door een scheidingslijn of zijn duidelijk gescheiden van andere aanduidingen of afbeeldingen, zodat ze gemakkelijk zichtbaar en duidelijk leesbaar zijn. De vorm, de grootte, de kleur en het lettertype zijn vrij te kiezen.
   
 

Voorbeeld van een gewoon plantenpaspoort

   
 
   
 

Volgende elementen zijn verplicht te vermelden :

  • In de linkerbovenhoek : de EU-vlag (in kleur of zwart-wit).

De kleur van de tekst is vrij te kiezen, de vlag van de EU moet zwart-wit, wit-zwart zijn of blauw met gele sterren. Andere contrasterende kleuren zijn ook aanvaardbaar (bijv. de kleur van de tekst, of indien de achtergrond gekleurd is, een andere contrasterende kleur). In ieder geval moet de vorm van de vlag duidelijk herkenbaar zijn (rechthoekige vorm met 12 sterren in een cirkel).

  • In de rechterbovenhoek : de woorden “Plant Passport” in het Engels (1).

Verordening (EU) 2016/2031 voorziet dat dit aangevuld kan worden met een vertaling in één andere officiële taal van de Unie, maar in België wordt van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.   

  • De letter “A” gevolgd door de botanische naam (2);

De botanische naam van de betrokken plantensoort of het betrokken taxon of de naam van het materiaal, indien van toepassing. Naast de botanische naam mag ook de naam van de cultivar of het ras vermeld worden. Minstens de geslachtsnaam moet vermeld zijn, bij voorkeur ook de soortnaam. In geval van gemengde schalen met bijv. cactussen, mag ook de familienaam (Cactaceae) vermeld worden.

  • De letter “B” gevolgd door de ISO-code van de lidstaat waar de operator is geregistreerd (BE), een koppelteken en het registratienummer (3).

Belgische operatoren vermelden hun vestigingseenheidsnummer (VEN) (formaat: 2.XXX.XXX.XXX) als registratienummer, niet langer het erkenningsnummer (bestaande uit 5 of 6 cijfers).

  • De letter “C” gevolgd door traceerbaarheidscode (4);

De traceerbaarheidscode is het partijnummer of een andere identificatie waarmee de traceerbaarheid gegarandeerd kan worden. Dit mag aangevuld worden met een streepjescode, hologram, chip, QR-code of een andere gegevensdrager met traceerbaarheidsdoeleinden.

Een traceerbaarheidscode is niet vereist voor voor opplant bestemde planten die op zodanige wijze klaargemaakt zijn dat zij zonder verdere voorbereiding klaar zijn voor verkoop aan de niet-professionele eindgebruiker. De Europese Commissie kan een lijst opstellen van categorieën of soorten waarvoor deze uitzondering niet geldt (waarvoor dus wel een traceerbaarheidscode moet vermeld worden).

Let op : zelfs indien het niet verplicht is een traceerbaarheidscode te vermelden, dient de letter “C” op het plantenpaspoort te staan.

  • De letter “D” gevolgd door de ISO-code van het land van oorsprong of productie, ook als dat België is (5).

In functie van de blootstelling aan fytosanitaire risico’s kan de oorsprong wijzigen. Volgende termijnen worden toegepast :

    • Stekken, kruidachtige vaste planten, potplanten : na 4 weken;
    • Houtige gewassen, bollen, knollen : na een volledige vegetatiecyclus (groeiseizoen);
    • Bonsais en planten van Citrus-achtigen : na 2 maand.

Dit betekent dat de operator na deze termijn « BE » kan vermelden als land van oorsprong.

Let op : de letters “A”, “B”, “C” en “D” moeten altijd vermeld worden, gevolgd door de relevante informatie.

   
 

Voorbeeld van een plantenpaspoort bestemd voor beschermde gebieden

   
 
   
 

Bovenop de gegevens die moeten vermeld worden op een gewoon plantenpaspoort, moet op een plantenpaspoort bestemd voor beschermde gebieden (ZP) ook de wetenschappelijke naam van het ZP-quarantaineorganisme (9) vermeld worden. In plaats van de naam voluit, mag ook de EPPO-code voor het ZP-quarantaineorganisme vermeld worden. De EPPO-code voor een plaagorganisme bestaat uit 6 letters en is terug te vinden in de EPPO Global Database ( https://gd.eppo.int/) door op de naam van het betrokken organisme te zoeken. Bijvoorbeeld: de EPPO-code voor Erwinia amylovora is ERWIAM.

   
 

Plantenpaspoorten gecombineerd met een certificeringsetiket

   
 

In geval van voor opplant bestemde planten die zijn geproduceerd of op de markt worden aangeboden als prebasismateriaal, basismateriaal of gecertificeerd materiaal of prebasis-, basis- of gecertificeerd zaaigoed of pootaardappelen wordt het plantenpaspoort opgenomen in het certificeringsetiket.

Let op : het plantenpaspoort wordt niet opgenomen in het document van de leverancier.

   
 

Voorschriften voor het afleveren van het plantenpaspoort

   
 

Een plantenpaspoort mag slechts wordt afgegeven indien voldaan is aan de volgende voorschriften :

  • de planten, plantaardige producten of andere materialen zijn vrij van EU-quarantaineorganismen en van ZP-quarantaineorganismen indien van toepassing;
  • ze voldoen aan de bepalingen inzake RNQP (Regulated Non Quarantine Pests);
  • ze voldoen aan de relevante fytosanitaire eisen.
   
 

Aanbrengen van het plantenpaspoort

   
 

Het plantenpaspoort wordt door een daartoe erkende operator aangebracht op de, voor het betrokken afzetstadium, kleinste commercieel toepasbare of bruikbare eenheid, die onderdeel van een partij kan zijn of de gehele partij kan omvatten. Wanneer planten, plantaardige producten of andere materialen in een verpakking, bundel of container worden vervoerd, wordt het plantenpaspoort aangebracht op deze verpakking, bundel of container.

De leverancier en de afnemer bepalen onderling wat de kleinste commerciële eenheid is waarop een plantenpaspoort aangebracht dient te worden. Individueel labelen van potten is wettelijk niet verplicht als de handelseenheid groter is, maar kan door de klant gevraagd worden.

   
 

Vervangen van plantenpaspoorten

   
 

Een plantenpaspoort kan vervangen worden door een ander indien voor de betrokken producten aan de voorschriften voor het afleveren ervan is voldaan. Enkel erkende operatoren mogen plantenpaspoorten vervangen. Na het vervangen van een plantenpaspoort bewaart de erkende operator het vervangen plantenpaspoort of de gegevens ervan gedurende een periode van ten minste 3 jaar.

Indien bij het splitsen van partijen de kleinste handelseenheid al van een plantenpaspoort voorzien is, dient dit plantenpaspoort niet vervangen te worden, maar het mag wel.

   
 

Erkenningsvoorwaarden

   
 

Om een erkenning plantenpaspoorten te kunnen bekomen moet de betrokken operator aan de volgende voorwaarden voldoen :

  • beschikken over de nodige kennis om de onderzoeken te verrichten die garanderen dat de planten aan de voorwaarden voldoen om een plantenpaspoort te krijgen met betrekking tot EU-quarantaineorganismen, plaagorganismen waarvoor noodmaatregelen bestaan, ZP-quarantaineorganismen en RNQP (Regulated Non Quarantine Pests) die de betrokken planten, plantaardige producten en andere materialen kunnen aantasten, en met betrekking tot de tekenen van de aanwezigheid van die plaagorganismen en de daardoor veroorzaakte symptomen, en de middelen om de aanwezigheid en verspreiding van die plaagorganismen te voorkomen;
  • beschikken over systemen en procedures waarmee de traceerbaarheid van de producten gegarandeerd wordt (register IN, register OUT en de link tussen beide, geschreven procedures zijn niet vereist).

De Europese Commissie stelt nog een gedelegeerde handeling op met aanvullende criteria en procedures om te garanderen dat aan deze voorwaarden is voldaan.

Gelet op het feit dat de bijzondere eisen waaraan de planten en plantaardige producten zullen moeten voldoen na 14 december 2019 niet gekend zullen zijn vóór midden 2019, zullen in de overgangsfase de te verifiëren erkenningsvoorwaarden beperkt worden tot de aanwezigheid van systemen en procedures om de traceerbaarheid te garanderen, het aanduiden van een contactpersoon voor fytosanitaire aangelegenheden die verantwoordelijk is voor de aflevering van plantenpaspoorten en de naleving van de huidige fytosanitaire eisen. Deze contactpersoon dient op de hoogte te zijn van de geldende fytosanitaire eisen die relevant zijn voor de planten, plantaardige producten en andere materialen waarop de activiteiten van het bedrijf betrekking hebben. Hij dient er ook rekening mee te houden dat het beschikken over de nodige kennis een voorwaarde zal zijn om de erkenning te kunnen behouden.

   
 

Verplichtingen voor erkende operatoren

   
 

Operatoren die over een erkenning voor het afleveren van plantenpaspoorten beschikken moeten :

  • de planten, plantaardige producten en andere materialen onderwerpen aan grondige onderzoeken om na te gaan of de voorschriften voor het afleveren van plantenpaspoorten voldaan zijn. Deze onderzoeken gebeuren op de planten, plantaardige producten en andere materialen afzonderlijk, of aan de hand van representatieve monsters. Ze hebben ook betrekking op het verpakkingsmateriaal. De onderzoeken gebeuren op geschikte tijdstippen, rekening houdend met de betrokken risico’s, en gebeuren minstens visueel.
  • de resultaten van deze onderzoeken registreren en gedurende minstens 3 jaar bewaren;
  • in geval van vermoeden van de aanwezigheid van één of meer EU-quarantaineorganismen het FAVV onmiddellijk inlichten;
  • de punten in het productieproces en de handelsstadia die essentieel zijn voor de naleving van de relevante fytosanitaire eisen bepalen en ze monitoren;
  • gedurende minstens 3 jaar de gegevens bijhouden over de vaststelling en de monitoring van deze punten;
  • indien nodig, passende opleiding voorzien voor hun personeel dat betrokken is bij de visuele onderzoeken die vereist zijn om plantenpaspoorten af te leveren, zodat zij over de nodige kennis beschikken om deze taak correct uit te voeren;
  • de relevante informatie over de afgeleverde plantenpaspoorten gedurende ten minste 3 jaar bijhouden;
  • jaarlijks, ten laatste op 30 april, de geslachten of soorten meedelen, evenals in voorkomend geval, de percelen waarop hun activiteiten betrekking hebben.
    Jaarlijkse aangifte van geslachten/soorten en percelen
   
 

Overgangsperiode

   
 

Oude modellen plantenpaspoorten die werden afgeleverd vóór 14/12/2019 blijven geldig tot 14/12/2023.

Planten die nu al paspoortplichtig zijn, moeten tot 14/12/2019 van een plantenpaspoort vergezeld zijn dat aan de huidige (oude) eisen voldoet. In vergelijking met het nieuwe model bevat het oude model 2 extra gegevens : de naam van de bevoegde overheid en het aantal (of gewicht) waarvoor het plantenpaspoort geldt.

Vanaf 14/12/2019 moeten nieuwe modellen plantenpaspoorten afgeleverd worden.

Voor planten en plantaardige producten die pas vanaf 14/12/2019 van een plantenpaspoort vergezeld moeten zijn, kan het nieuwe model al vóór 14/12/2019 gebruikt worden.

Voor planten en plantaardige producten die nu al van een plantenpaspoort vergezeld moeten zijn, kan het nieuwe model vóór 14/12/2019 gebruikt worden mits de 2 extra gegevens buiten de kader worden vermeld.

Voorwaarden voor het gebruik van het nieuw model plantenpaspoort

  • Operatoren die reeds over een erkenning Plantenpaspoorten beschikken :
    • kunnen hun erkenning behouden en het nieuwe model beginnen gebruiken;
    • zorgen ervoor dat het nieuwe model dat zij gebruiken in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften;
    • tijdens de jaarlijkse controle zal de controleur/inspecteur de omschakeling naar het nieuwe model bespreken en zal een contactpersoon aangeduid worden voor fytosanitaire aangelegenheden.
  • Operatoren die nog niet over een erkenning Plantenpaspoorten beschikken :
    • kunnen vanaf 1 maart 2019 een erkenningsaanvraag indienen bij de LCE d.m.v het aanvraagformulier of via Foodweb (en/of stopzetting van activiteiten);
    • duiden een contactpersoon aan voor fytosanitaire aangelegenheden;
    • tijdens een controlebezoek zal de naleving van de fytosanitaire eisen en traceerbaarheidsvoorschriften gecontroleerd worden;
    • van zodra de erkenning is toegekend kan het nieuwe model gebruikt worden indien het in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften.


Naar boven

 


Traceerbaarheid

 

Elke professionele operator die paspoortplichtige planten verhandelt moet de traceerbaarheid ervan kunnen garanderen. Dit betekent dat hij een register dient bij te houden aan de hand waarvan hij voor elke ontvangen handelseenheid kan nagaan welke professionele operator deze aan hem heeft geleverd en waarvan hij voor elke verkochte handelseenheid kan nagaan aan welke professionele operator hij deze heeft verkocht.

Operatoren die erkend zijn om plantenpaspoorten af te leveren dienen bovendien ook alle relevante informatie met betrekking tot het plantenpaspoort bij te houden.

De traceerbaarheidsgegevens dienen gedurende ten minste 3 jaar bewaard te worden. 



Naar boven

 


Jaarlijkse aangifte van geslachten/soorten en percelen

 

Operatoren die over een erkenning van het FAVV beschikken om plantenpaspoorten af te leveren, zullen jaarlijks, in toepassing van deze nieuwe verordening plantengezondheid, de percelen en de geslachten of soorten van planten of plantaardige producten of andere materialen moeten meedelen waarop hun werkzaamheden betrekking hebben.

   
 

Operatoren gevestigd in het Vlaams Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vele van de betrokken operatoren dienen jaarlijks, via de verzamelaanvraag (e-loket), hun percelen met teeltcode in bij het Departement Landbouw en Visserij (DLV) van de Vlaamse Overheid. Om de administratieve overlast te beperken heeft het DLV, op verzoek van het FAVV, vanaf de campagne 2019 een nieuw scherm voorzien in de verzamelaanvraag waarmee operatoren, bij de opgave van bepaalde teeltcodes van planten waarvoor een plantenpaspoort vereist is, ook de geslachten of soorten kunnen opgeven. De jaarlijkse opgave van de geslachten of soorten gebeurt één keer voor het volledige bedrijf en is niet perceelsgebonden. Ook operatoren die gevestigd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen dit systeem gebruiken. Het scherm is beschikbaar sinds het starten van de verzamelaanvraag campagne 2019.

Operatoren die over een erkenning plantenpaspoort moeten beschikken maar geen verzamelaanvraag indienen (geen steunmaatregelen, geen aangifte Mestbank, …) en gevestigd zijn in het Vlaams Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zullen hun jaarlijkse aangifte van paspoortplichtige geslachten of soorten eveneens via het e-loket (www.landbouwvlaanderen.be) van DLV kunnen doen. Zij dienen geen percelen aan te geven, maar enkel de lijst van paspoortplichtige geslachten of soorten in te vullen. Meer informatie hierover is beschikbaar op de website www.vlaanderen.be/landbouw. Dit scherm voor operatoren zonder verzamelaanvraag is nog niet beschikbaar. Over de precieze datum zal nog gecommuniceerd worden.

De operatoren die geen verzamelaanvraag indienen en over percelen beschikken waarop paspoortplichtige planten worden geteeld dienen de ligging van deze percelen schriftelijk mee te delen aan hun LCE.

   
 

Operatoren gevestigd in het Waals Gewest

Operatoren die gevestigd zijn in het Waals Gewest zullen de aangifte van paspoortplichtige geslachten en soorten, moeten doen door het invullen van het formulier “Aangifte soorten”.

De ingevulde aangifte dient naar het adres declaration.plant@afsca.be gestuurd te worden.

De operatoren die geen verzamelaanvraag indienen en over percelen beschikken waarop paspoortplichtige planten worden geteeld dienen de ligging van deze percelen schriftelijk mee te delen aan hun LCE.

Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 13.03.2019    |   Naar boven
Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA - Alle rechten voorbehouden   |   Extranet