 |
|
 |
 |

 |
FAQ "Erkenningen, toelatingen en registraties" |
 |
| |
- Jacht, visvangst (hengelsport ed), verzamelen van wilde vruchten
- Viskwekerijen
- Vervoer van dieren
- Hoevetoerisme
- Organisatie van ruitertornooien, braderijen, markten, concerten, … waar levensmiddelen te koop worden aangeboden
- Veemarkten, dierenprijskampen, tentoonstellingen van dieren
- Grensinspectieposten
- Telersverenigingen voor de plantaardige productie
- Nihil
- Bijenhouders
- Producenten van pootaardappelen
- Inrichtingsplannen voorafgaand ter goedkeuring voorleggen
- Traders
- Producenten van voedingsadditieven
- Producenten en invoerders van contactmaterialen
- Moeten inrichtingen die levensmiddelen van dierlijke oorsprong opslaan bij omgevingstemperatuur over een erkenning beschikken ?
- Moeten inrichtingen die levensmiddelen van dierlijke oorsprong gekoeld of diepgevroren opslaan (koel- en vrieshuizen) beschikken over een erkenning ?
- Moeten inrichtingen die samengestelde levensmiddelen vervaardigen, die zowel producten van plantaardige oorsprong als producten van dierlijke oorsprong bevatten, over een erkenning beschikken ?
- Moet voor erkenningen en vergunningen van bepaalde duur (bvb. type ex- Algemene Eetwareninspectie) een nieuwe erkenning of toelating gevraagd worden bij het einde van de voorziene periode ?
- Moeten vzw’s die slechts af en toe levensmiddelen vervaardigen en/of te koop aanbieden over een toelating beschikken ?
- Moeten bedrijven die seminaries, opleidingen, vergaderingen organiseren of daartoe hun lokalen ter beschikking stellen en die voor de maaltijden beroep doen op een cateringbedrijf of een traiteur zich laten registreren en in voorkomend geval een toelating aanvragen ?
- Moeten vervoerders die uitsluitend als dienstverlener in opdracht van een operator handelen, zich eveneens laten registreren ?
- Moeten houtzagerijen, andere verwerkingsbedrijven van hout of een houthandelszaken (met inbegrip van de invoer en de uitvoer) geregistreerd worden ?
- Moet er voor speelpleinwerking tijdens de schoolvakanties een registratie of toelating gevraagd worden ?
- Melkautomaten
- Worden mestverwerkers beschouwd als operatoren onder de controlebevoegdheid van het FAVV en worden zij bijgevolg onderworpen aan heffingen ?
- Graanhandel
- Paarden
|
| |
1. Jacht, visvangst (hengelsport ed), verzamelen van wilde vruchten.
Jagers, vissers en verzamelaars van wilde vruchten waarvan de producten uitsluitend bestemd is voor de particuliere behoeften van zichzelf en hun gezin of die rechtstreeks kleine hoeveelheden leveren aan eindverbruiker, dienen niet geregistreerd te worden bij het FAVV. Indien zij echter producten leveren aan inrichtingen voor de verwerking of de distributie, dienen zij zich wel te laten registreren bij het FAVV.
2. Viskwekerijen.
Sommige viskwekerijen zijn onderworpen aan een erkenning door het Agentschap. Het betreft de viskwekerijen die beantwoorden aan de Europese voorwaarden om vrij verklaard te worden van bepaalde ziekten (ziekten van de lijst II van de bijlage A van de Richtlijn 91/67 EEG). Voor andere viskwekerijen volstaat een registratie. Uitbaters van visvijvers (hengelsport) daarentegen zijn vrijgesteld van registratie.
3. Vervoer van dieren.
In principe is elk vervoer van dieren onderworpen aan een toelating voor de operator (de organisator van het vervoer) en een erkenning van het voertuig waarmee het vervoer wordt uitgevoerd. Uitzondering hierop vormt :
- het vervoer van de eigen dieren met landbouwvoertuigen of eigen vervoermiddelen door een landbouwproducent in het kader van de bedrijfsvoering;
- het commercieel vervoer over een afstand van maximum 50 km van zijn landbouwbedrijf van de eigen dieren in eigen vervoermiddelen. In deze gevallen mag de landbouwproducent zonder hiertoe voorafgaand over een toelating te beschikken en zonder dat het voertuig hiertoe erkend werd, de dieren die zijn eigendom zijn of waarvoor hij verantwoordelijk is, vervoeren. Weliswaar dienen de regels inzake respect voor het dierenwelzijn strikt te worden nageleefd en dient het voertuig (bij voorbeeld bij vervoer naar het slachthuis) aan dezelfde regels voor reiniging en ontsmetting als het handelsvervoer te worden onderworpen.
4. Hoevetoerisme.
Landbouwbedrijven die tevens aan gasten kamers met ontbijt aanbieden, worden niet langer onderworpen aan een toelating (vergunning). Zij dienen zich echter wel te registreren bij het FAVV. Indien evenwel in het kader van het hoevetoerisme andere maaltijden dan ontbijt worden bereid en/of aan de gasten aangeboden, dient het landbouwbedrijf hiertoe over de passende toelating te beschikken.
5. Organisatie van ruitertornooien, braderijen, markten, concerten, … waar levensmiddelen te koop worden aangeboden.
Organisatoren van dergelijke manifestaties en waar één of meerdere operatoren voedingsmiddelen te koop aanbieden op een beperkte oppervlakte, dienen hiertoe niet over een toelating of een erkenning te beschikken. Zij dienen zich evenmin te laten registreren voor het organiseren van dergelijke manifestaties. De individuele standhouders of verkopers daarentegen zijn al naargelang het geval wel onderworpen aan een erkenning of toelating.
6. Veemarkten, dierenprijskampen, tentoonstellingen van dieren.
Veemarkten worden beschouwd als verzamelplaatsen en dienen te worden erkend door het FAVV. Een erkenning wordt afgeleverd voor verzamelingen van landbouwdieren (paarden, runderen, varkens, schapen, geiten, herten) :
- met commerciële doeleinden - of verzamelingen zonder commerciële doeleinden die langer dan 12 uur duren Al naargelang wordt een erkenning afgeleverd voor onbepaalde duur of voor de duur van de manifestatie. De burgemeester is bevoegd voor het afleveren van een toelating voor:
- een verzameling van alle andere dan hoger genoemde diersoorten (pluimvee, vogels, konijnen, …)
- verzamelingen van landbouwdieren (paarden, runderen, varkens, schapen, geiten, herten) zonder commercieel oogmerk en die minder dan 12 uur duren. In deze laatste gevallen stelt de burgemeester een erkend dierenarts aan voor het houden van het toezicht.
7. Grensinspectieposten.
Grensinspectieposten dienen wel degelijk erkend te worden doch vallen niet onder de toepassing van dit besluit. In dit geval ziet de procedure er als volgt uit: de eigenaar (die meestal een havenbedrijf, een luchthavenuitbater of een groep operatoren is) dient bij het FAVV een inrichtingsplan in waarop het FAVV deze beoordeelt en desgevallend goedkeurt. Het FAVV informeert de bevoegde EU-diensten, die op hun beurt een erkenning afleveren.
Er dient een onderscheid gemaakt te worden met inspectiecentra voor import die wel degelijk door het Agentschap zelf erkend worden en waarvan het FAVV de EU op de hoogte brengt. Inspectiecentra hangen af van een erkende grensinspectiepost, doch zijn meestal elders gelokaliseerd, en richten zich op de importcontroles van welbepaalde producten.
8. Telersverenigingen voor de plantaardige productie.
Telersverenigingen zijn groeperingen van primaire plantaardige producenten die onder bepaalde voorwaarden kunnen worden erkend door de bevoegde autoriteit(en) van de lidstaten. Deze verenigingen vallen niet onder de toepassing van dit besluit maar worden wel degelijk erkend door het FAVV voor de aspecten die onder de controlebevoegdheid van het FAVV vallen. De modaliteiten evenals de voorwaarden ervan worden vastgelegd in specifieke reglementering.. De individuele producenten, lid van een telersvereniging zijn overigens al naar gelang het geval, onderworpen aan een registratie, toelating of erkenning.
9. Nihil.
10. Bijenhouders.
Houders van bijen moeten zich laten registreren bij het FAVV. Deze verplichting geldt voor alle bijenhouders en staat los van de betaling van een heffing waarvoor bijzondere bepalingen gelden.
11. Producenten van pootaardappelen.
Pootaardappelen moeten om in de handel gebracht te kunnen worden, vergezeld zijn van een fytosanitair paspoort.
Zoals voor alle producenten van plantaardig materiaal onderworpen aan een fytosanitair paspoort, moeten deze producenten erkend worden door het FAVV, bijlage II, KB erkenningen, toelatingen, registraties, pt 17 Plantaardige sector - Plantenpaspoorten), dit ondanks de delegatie van de fytosanitaire controles op pootaardappelen aan de Gewesten die tevens de controles uitvoeren in het kader van de certificatie van dit pootgoed.
12. Inrichtingsplannen voorafgaand ter goedkeuring voorleggen.
Voor slachthuizen en aanverwante inrichtingen werd tot nu toe de mogelijkheid geboden om de inrichtingsplannen voorafgaand voor te leggen. Deze mogelijkheid werd door dit koninklijk besluit uitgebreid tot alle inrichtingen waarvoor met het oog op het bekomen van een toelating of een erkenning infrastructuurvereisten worden opgelegd. De mogelijkheid wordt bijgevolg geboden om voorafgaand aan het uitvoeren van belangrijke infrastructuurwerken, een inrichtingsplan voor advies voor te leggen. De indiening ervan staat bijgevolg los van de aanvraag voor het bekomen van een erkenning of een toelating, doch stelt de operator in de mogelijkheid voorafgaand aan de uitvoering van de infrastructuuringrepen, rekening te houden met de adviezen en opmerkingen van het FAVV en kan op die wijze bijdragen tot het voorkomen van tijdrovende, vermijdbare en dure aanpassingen van de infrastructuren.
13. Traders.
Het KB van 4 december 1995 tot onderwerping aan vergunning van plaatsen waar voedingsmiddelen gefabriceerd of in de handel gebracht worden of met het oog op de uitvoer behandeld worden, voorzag reeds in de onderwerping aan een “vergunning” van operatoren die slechts handelsactiviteiten uitoefenen zonder hiertoe over enige uitrusting of infrastructuur te beschikken. Deze verplichting blijft behouden.
14. Producenten van voedingsadditieven.
Alle stoffen en producten, verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om door de mens te worden geconsumeerd of waarvan mag worden verwacht dat ze door de mens worden geconsumeerd, vallen onder de definitie van een levensmiddel. Bijgevolg dient elke operator die dergelijke stoffen of producten produceert, verwerkt of distribueert, te beschikken over een toelating van het FAVV.
15. Producenten en invoerders van contactmaterialen.
Producenten die verpakkingsmaterialen produceren die in direct contact komen met levensmiddelen, moeten zich laten registreren bij het FAVV. Dezelfde verplichting is van toepassing op invoerders van lege verpakkingen uit derde landen.
16. Moeten inrichtingen die levensmiddelen van dierlijke oorsprong opslaan bij omgevingstemperatuur over een erkenning beschikken ?
Neen, dergelijke inrichtingen moeten enkel beschikken over een toelating.
17. Moeten inrichtingen die levensmiddelen van dierlijke oorsprong gekoeld of diepgevroren opslaan (koel- en vrieshuizen) beschikken over een erkenning ?
Dergelijke inrichtingen moeten niet over een erkenning beschikken indien hun activiteiten beperkt zijn tot opslag en transport en indien zij enkel leveren aan detailhandelszaken. Voor deze inrichtingen (bijvoorbeeld groothandelaars en distributiecentra voor supermarkten) volstaat een toelating. Dergelijke inrichtingen moeten wel over een erkenning als koel- of vrieshuis beschikken indien zij levensmiddelen van dierlijke oorsprong leveren aan erkende inrichtingen.
18. Moeten inrichtingen die samengestelde levensmiddelen vervaardigen, die zowel producten van plantaardige oorsprong als producten van dierlijke oorsprong bevatten, over een erkenning beschikken ?
Voor het samenvoegen van producten van plantaardige oorsprong en verwerkte producten van dierlijke oorsprong en het verder verwerken van deze samengestelde producten, is geen erkenning nodig maar volstaat een toelating. Enkele voorbeelden: het inblikken van producten vervaardigd met groenten en verwerkt vlees, het vervaardigen van soep met vleesextracten, het vervaardigen van pizza’s met ham, het vervaardigen garnaalkroketten met voorgekookte garnalen, … Voor het samenvoegen van producten van plantaardige oorsprong en verwerkte producten van dierlijke oorsprong die als dusdanig op de markt worden gebracht, is geen erkenning nodig maar volstaat een toelating. Enkele voorbeelden: broodjes met ham of kaas, roomijs gemaakt met melkpoeder, het vervaardigen van bakkerijproducten, … Voor het samenvoegen van producten van plantaardige oorsprong en onverwerkte producten van dierlijke oorsprong en het verder verwerken van deze samengestelde producten, is een erkenning vereist. Enkele voorbeelden: het vervaardigen van conserven uit groenten en rauw vlees, het vervaardigen van roomijs uit rauwe melk, … Voor het samenvoegen van producten van plantaardige oorsprong en onverwerkte producten van dierlijke oorsprong die als dusdanig op de markt worden gebracht, is een erkenning vereist. Een voorbeeld: het samenvoegen van rauw vlees of rauwe vis met groenten.
19. Moet voorerkenningen en vergunningen van bepaalde duur (bvb. type ex- Algemene Eetwareninspectie) een nieuwe erkenning of toelating gevraagd worden bij het einde van de voorziene periode ?
Alle erkenningen en vergunningen die op 1 januari 2006 geldig waren, werden automatisch omgezet in erkenningen en toelatingen voor onbepaalde duur. Er moet bijgevolg geen nieuwe aanvraag worden ingediend.
20. Moeten vzw’s die slechts af en toe levensmiddelen vervaardigen en/of te koop aanbieden over een toelating beschikken ?
Artikel 2, § 2, 1° bepaalt dat de verplichte registratie, toelating of erkenning niet van toepassing is op: “operatoren die handelen zonder winstoogmerk of in het algemeen belang, in de hoedanigheid van verenigingen en organisaties die een activiteit uitsluitend niet bezoldigd, sporadisch en uitzonderlijk uitoefenen;” Het moet hierbij dus gaan om
- verenigingen of organisaties zonder winstgevend doel waarbij de activiteit zelf wel degelijk winstgevend kan zijn;
- de medewerkers aan de bedoelde activiteit mogen hierbij geen enkele bezoldiging ontvangen voor de geleverde diensten;
- ten hoogste 5 activiteiten gedurende maximaal 10 dagen per jaar worden beschouwd als “sporadisch en uitzonderlijk”. In alle andere gevallen dient al naar het geval een registratie, toelating of erkenning te worden aangevraagd. Bovendien is de afwijking slechts van toepassing indien voor deze activiteiten krachtens andere wettelijke reglementeringen geen erkenning, toelating of registratie vereist is. Vallen dus bij voorbeeld niet onder deze afwijking: jeugdclubs (in zoverre dranken of voedingsmiddelen worden aangeboden), studentenclubs (in zoverre dranken of voedingsmiddelen worden aangeboden), …
21. Moeten bedrijven die seminaries, opleidingen, vergaderingen organiseren of daartoe hun lokalen ter beschikking stellen en die voor de maaltijden beroep doen op een cateringbedrijf of een traiteur zich laten registreren en in voorkomend geval een toelating aanvragen ?
Indien de eigenaar of de exploitant van deze lokalen op één of andere wijze tussenkomt in de verpakking, opslag, vervoer, verkoop, bereiding of levering van de maaltijden moet deze inderdaad een toelating aanvragen. Wanneer de eigenaar of exploitant uitsluitend zijn infrastructuur of uitrusting beschikbaar stelt voor een traiteur of een cateringbedrijf, is geen toelating en geen registratie vereist. In beide gevallen dient de traiteur of het cateringbedrijf echter wel over een geldige toelating te beschikken. Traiteurs en cateringbedrijven die gebruik maken van de infrastructuur en uitrusting van derden dienen hierbij wel rekening te houden in hun autocontrolesysteem.
22. Moeten vervoerders die uitsluitend als dienstverlener in opdracht van een operator handelen, zich eveneens laten registreren ?
Er kunnen zich twee mogelijkheden voordoen:
- indien de vervoerder bij het laden, lossen of vervoer enige verantwoordelijkheid voor de producten draagt met betrekking tot de veiligheid ervan (respect koudeketen, hygiëne tijdens het transport, dierenwelzijn, dierengezondheid, kruisbesmetting, …) dient hij zich te laten registreren bij het FAVV;
- indien de vervoerder evenwel geen enkele verantwoordelijkheid draagt ten aanzien van de veiligheid van de producten, dient hij niet geregistreerd te zijn. Dit is ondermeer het geval voor vervoerbedrijven die uitsluitend trekkers en bestuurders in hun dienstenpakket voorzien.
23. Moeten houtzagerijen, andere verwerkingsbedrijven van hout of een houthandelszaken (met inbegrip van de invoer en de uitvoer) geregistreerd worden ?
Deze bedrijven moeten niet geregistreerd worden met uitzondering van :
- de bedrijven die hout bewerken van Platanus, onderworpen aan en fytosanitair paspoort (zie KB van 10/08/2005 bijlage V.A.I. punt 1.7): in dit geval moeten zij een erkenning aanvragen voor de aflevering van fytosanitaire paspoorten;
- de bedrijven die verpakkingshout produceren of behandelen dat aan de ISPM 15 norm beantwoordt;
- de uitvoerders: indien zij producten uitvoeren waarvoor de aflevering van een fytosanitair certificaat geëist wordt door het land van bestemming;
- de invoerders: indien zij producten invoeren die onderworpen zijn aan de fytosanitaire controle bij het binnenbrengen in de Europese Unie.
24. Moet er voor speelpleinwerking tijdens de schoolvakanties een registratie of toelating gevraagd worden ?
In het kader van de jeugdwerking en meer in het bijzonder in het kader van de speelpleinwerking zoals deze tijdens de schoolvakanties georganiseerd wordt, moet geen voorafgaande registratie bij het FAVV gebeuren indien aan de kinderen uitsluitend dranken en tussendoortjes verstrekt worden en er dus geen sprake is van bereiding. Niettemin is het noodzakelijk te benadrukken dat de initiatiefnemers alle nodige voorzorgen in acht dienen te nemen met betrekking tot de hygiëne; dit geldt des te meer daar jonge kinderen een bijzonder kwetsbare bevolkingsgroep vormen. Er dient hierbij bij voorbeeld bijzondere aandacht geschonken te worden aan o.m. het correct bewaren (koelen indien aangewezen)van de levensmiddelen en aan de persoonlijke hygiëne.
25. Melkautomaten.
Indien een melkautomaat (vb. op een hoeve, in het centrum van een stad/dorp, …) geïnstalleerd wordt, dient hiervoor voorafgaand een toelating afgeleverd te worden door het Agentschap..
26. Worden mestverwerkers beschouwd als operatoren onder de controlebevoegdheid van het FAVV en worden zij bijgevolg onderworpen aan heffingen ?
Indien een mestverwerker fabrikant is van een meststof, bodemverbeterend middel, teeltsubstraat, zuiveringsslib of elk ander product waaraan een specifieke werking ter bevordering van de plantaardige productie wordt toegeschreven, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de handel in meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten, dan valt hij onder de controlebevoegdheid van het Agentschap en is hij onderworpen aan heffingen in het kader van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen. Wat deze heffingen betreft zal, indien meer dan één activiteitsector van toepassing is op de vestigingseenheid, enkel de variabele heffing voor de economisch belangrijkste activiteit worden betaald. In de praktijk zal bovenstaande operator als hoofdactiviteit waarschijnlijk de primaire productie hebben en slechts voor deze activiteit een variabele heffing dienen te betalen.
Mestverwerkers mogen enkel de producten in bijlage I van het bovengenoemde koninklijk besluit en de producten met een ontheffing van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (https://portal.health.fgov.be > milieu > Chemische stoffen > Meststoffen), verhandelen als meststof, bodemverbeterend middel of teeltsubstraat.
Het genoemde koninklijk besluit van 7 januari 1998 is niet van toepassing op vruchtbaarmakende stoffen of bodemverbeterende middelen die van natuurlijke voortbrengselen van de hoeve voortkomen, mits deze in hun natuurlijke staat worden verkocht. Onbewerkte mest, fysisch gescheiden mest en met stallucht gedroogde mest worden beschouwd als natuurlijke voortbrengselen van de hoeve.
Deze producten mogen evenwel geen giftige en andere schadelijke stoffen of schadelijke organismen bevatten dan in hoeveelheden zodanig dat ze geen nadelige invloed kunnen uitoefenen op de bodem, de teelten en de gezondheid van mensen en dieren, wanneer deze producten in normale doses en oordeelkundig gebruikt worden.
Wat dit laatste betreft, heeft het Agentschap een controlebevoegdheid. Een mestverwerker die aan deze uitzondering voldoet is in deze hoedanigheid niet onderworpen aan heffingen.
Een mestverwerker die niet aan bovenstaande uitzondering voldoet, dient te beschikken over een erkenning in het kader van het Koninklijk Besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Voorbeelden:
- Een mestverwerker die over een ontheffing van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu beschikt voor het verhandelen van een meststof, bodemverbeterend middel of teeltsubstraat valt onder de controlebevoegdheid van het Agentschap, is in deze hoedanigheid onderworpen aan een variabele heffing indien dit zijn economisch belangrijkste activiteit is en dient over een erkenning van het Agentschap te beschikken.
- Een fabrikant van gedroogde mest (onder voorwaarde dat de mest thermisch gedroogd is): gedroogde mest bevindt zich in bijlage 1, hoofdstuk III A van het Koninklijk Besluit van 7 januari 1998. De fabrikant valt dus onder de controlebevoegdheid van het Agentschap, is in deze hoedanigheid onderworpen aan een variabele heffing indien dit zijn economisch belangrijkste activiteit is en dient over een erkenning van het Agentschap te beschikken.
- Scheiding van mest in een dunne en een dikke fractie: fysisch gescheiden mest valt niet onder het toepassingsgebied van het bovengenoemde koninklijk besluit. De fabrikant valt enkel onder de controlebevoegdheid van het Agentschap wat betreft de giftige en schadelijke stoffen en schadelijke organismen, is in deze hoedanigheid niet onderworpen aan heffingen en dient niet over een erkenning van het Agentschap te beschikken.
27. Graanhandel
Graanhandelaars die uitsluitend granen verhandelen die bestemd zijn voor veevoeders dienen zich slechts te laten registreren. Wanneer zij echter ook granen verhandelen voor de menselijke consumptie dienen zij hiertoe over een toelating te beschikken.
28. Paarden
De operator die een van de hierna volgende activiteiten met eenhoevigen (paarden, ezels, …) uitvoert, wordt beschouwd als zijnde een operator in de voedselketen, waarop het KB van 16/01/2006 van toepassing is.
Zij dienen zich voorafgaandelijk aan het uitvoeren van deze activiteiten als operator bij het FAVV te laten registreren en naargelang het geval een aanvraag in te dienen voor het bekomen van een toelating of erkenning van de inrichting van waaruit deze activiteit wordt uitgevoerd.
| Activiteit |
R/T/E* |
Het houden van eenhoevigen met als doelstelling: Productie en verkoop van rauwe melk
Opmerking : Voor de productie van melk mogen enkel en alleen paarden gebruikt worden waarvan het paspoort vermeldt dat ze NIET zijn uitgesloten voor de voedselketen.
In het bijzonder: |
R |
- verkoop van de rauwe melk (onverpakt) op de melkerij, direct aan de consument/eindverbruiker;
|
R |
- Verkoop van de rauwe melk aan een koper van melk (zuivelbedrijf, bakker, grootkeuken, restaurant, …)
|
R |
De bewerking / verwerking van de zelf geproduceerde paardenmelk: |
|
- op de melkerij en verkoop van deze producten, direct aan de consument/eindverbruiker;
|
T |
- op de melkerij en verkoop van deze producten aan andere bedrijven (niet direct aan derde consument/eindverbruiker)
|
E |
Het houden van eenhoevigen met als doelstelling: Productie van vlees.
Opmerking 1: Of de verkoop van deze paarden rechtstreeks aan het slachthuis gebeurt of via een tussenpersoon (veehandelaar) speelt geen rol.
Opmerking 2: Voor de productie van vlees mogen enkel en alleen paarden gebruikt worden waarvan het paspoort vermeldt dat ze NIET zijn uitgesloten voor de voedselketen.
Hier wordt wel degelijk een activiteit bedoeld die specifiek gericht is op het houden van de paarden voor de productie van vlees (aankoop met het oog op vetmesting en slachting). Het houden van paarden (eenhoevigen) voor sport, recreatie, ….. en waarvan het paspoort vermeldt dat ze NIET zijn uitgesloten voor de voedselketen, wordt niet automatisch beschouwd als gehouden voor de productie van vlees. |
R |
De handel in eenhoevigen met het oog op slachting (veehandelaar) al dan niet met gebruik van een handelaarstal. |
R |
| Het verzamelen van eenhoevigen met het oog op slachting (veemarkt). |
R |
Het commercieel vervoer van paarden.
Opmerking:
Voor hetgeen wordt verstaan onder (niet)commercieel vervoer: zie website FOD. |
T |
Het slachten van paarden.
Opmerking:
Het slachten van paarden (behoudens noodslachting) dient verplicht plaats te vinden in een slachthuis. |
E |
Spermacentra voor paarden: het winnen, behandelen, bewaren en de opslag van sperma van paardachtigen bestemd voor het intracommunautair handelsverkeer.
Opmerking :
Hieronder vallen uitsluitend de activiteiten met het oog op de intracommunautaire handel of handel met derde landen. Voor activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op de nationale handel, dient men zich in regel te stellen met de uitrustingsvoorwaarden en minimumeisen die worden opgelegd door de Gewesten. |
E |
Embryoteam voor paardachtigen: het verzamelen, behandelen, de overplanting en de opslag van embryo’s van paardachtigen voor het intracommunautair handelsverkeer. |
E |
* R (registratie) – T (toelating) – E (erkenning) |
|
 
|
 |
 |