| |
Voor de producten van dierlijke oorsprong die nog wel gebruikt mogen worden als dierenvoeder, gelden zeser trenge voorwaarde.
Welke producten nog gebruikt mogen worden in diervoeding, wordt hernomen in Verordening (EG) nr. 999/2001 van 22 mei 2001 die de regels vastlegt voor de preventie, de bestrijding en de uitroeiing van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (BSE). Die regels omvatten onder meer maatregelen inzake toezicht, diervoeding, snelle opsporing, isolatie, slacht en destructie.
De Verordening verbiedt het gebruik van dierlijke producten in diervoeders. Als afwijking hierop worden een aantal dierlijke producten toegelaten in de diervoeders.
Samenvatting van de toegelaten en niet toegelaten dierlijke producten in diervoeders.
Om gebruikt te kunnen worden als diervoeder, moeten de hierboven genoemde producten meestal eerst een behandeling ondergaan. Hoe deze producten moeten behandeld worden, is vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1774/2002 van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. Deze verordening bepaalt de voorwaarden voor het verzamelen, vervoeren, opslaan, verwerken, gebruiken, verwijderen of in de handel brengen van alle producten van dierlijke oorsprong die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn.
Samenvatting van de Verordening 1774/2002
Specifieke informatie over dierlijke bijproducten
|